Real time web analytics, Heat map tracking

Het is een beetje verslavend. En logisch ook. De eerste verlegenheid, de stralende koppies, de blijdschap om kleine dingen. Aandoenlijk lief en ontwapenend ondeugend. Veel gastgezinnen die twee Roemeense kinderen te logeren krijgen, laten het niet bij één keer. Ans en Wim Gamelkoorn kunnen erover meepraten.

Een bijzondere titel voor een stukje in de nieuwsbrief. Voor ons als gastouders eveneens zeer bijzonder. U raadt het waarschijnlijk al, het is het aantal keren dat er nu Roemeense kinderen bij ons te logeren komen. Wie had dat ooit kunnen bevroeden in 1992. Door een klein artikeltje in de Zenderstreeknieuws en ook door mijn eigen zusje, die een gastkind uit Berlijn over had laten komen via Pax Christi.

Omdat onze twee jongste kinderen een jongen en een meisje waren kozen we (toen kon dat nog) eveneens voor een meisje en een jongen. Eva en Matthei waren hun namen. In die jaren kwamen de kinderen aan op de Plaats. Ze werden ontvangen in het oude Stadhuis. Daar was meestal iemand van de Gemeente die hen hartelijk welkom heette.

Tegenwoordig komen ze aan op de Overtoom en meestal op tijd of zelfs eerder dan gepland. Wat een verschil met die beginjaren. Glaasje limonade drinken en gauw weg om een beetje van de lange reis bij te komen. Wel beter zo, niet al te veel ‘poeha’ er omheen. Ze verstaan er toch niks van.

Wat wel altijd hetzelfde is gebleven is de nervositeit die er bestaat wanneer de kinderen komen. Gaat het wel goed? Is er geen heimwee? Gaat het onderling goed? Enzovoorts, enzovoorts.

De dag van aankomst. Dit jaar, wederom lekker op tijd, kwamen ze onder luid getoeter de Overtoom oprijden. Almos en Szonky waren dit jaar degenen die wij in ons huis mochten ontvangen.
Na de plichtplegingen en formaliteiten gauw naar huis. Met grote ogen aanschouwen zij hun tijdelijk onderkomen. Een eigen kamer, een heerlijke badkamer en nog meer van die zaken die zij thuis niet hebben. De ah’s en oh’s springen je om de oren. Ook dit is een jaarlijks terugkerend fenomeen, waarbij ik me telkens realiseer hoe goed wij het hier allemaal hebben. Het is een cliché, maar toch.

Dan volgen de dagen waarop je leuke dingen met de kinderen gaat doen. Uiteraard Schiphol naar de spottersplekken. De McDonald: altijd prijs. De haven van IJmuiden; als je geluk hebt zie je een enorm cruiseschip dat maar net de sluis in kan. Een adembenemend schouwspel om die mastodonten die sluis in te zien varen. Het past werkelijk allemaal tot op de centimeter.

De rest van de dagen is het zwembad uiteraard dé plek om te vertoeven. In de komende dagen van hun verblijf hier is alleen al het noemen van de eerste twee letters het teken. Als een speer rennen ze naar boven om hun zwemspullen te pakken. Met gigantische pretogen klaar om daar naartoe te gaan. Een heerlijk gezicht. Het wekelijkse dagje uit met alle kinderen is voor hen uiteraard ook iets om naar uit te kijken. Kunnen ze onderling de verhalen uitwisselen over wat ze de afgelopen dagen zoal hebben meegemaakt. En neemt u van mij maar aan dat het heel wat verhalen zijn.

Natuurlijk mag de “sportdag” ook niet worden vergeten. Voor iedereen is er wat te doen, te drinken en vooral lekker te eten. Met behulp van de weergoden en de familie Van Vuuren, die hun boerderij ter beschikking hadden gesteld, was dit een onvergetelijke dag.

En ‘last but not least’ hadden we nog het Kraanbedrijf Van Genderen uit Vianen geregeld waarmee de jongens, en trouwens ook de gastouders die met ons mee waren, in zo’n enorme kraan mee mochten rijden. Ook mochten we allemaal de kraan op. Met zijn tweeën gingen we in de lift naar boven en mochten de kinderen samen met de kraanmachinist de katrol bedienen over de 25 meter lange arm van de hijsmachine. Let wel, we zaten op zo’n kleine 30 meter hoog. Griezelig, want het waaide toch behoorlijk, maar tegelijkertijd zeer indrukwekkend. En als klap op de vuurpijl kregen alle meegekomen kinderen van de beide kraanmachinisten nog allerlei cadeaus. “Volgend jaar weer!” zeiden ze enthousiast!

Dan de afscheidsavond die je behalve opgezwollen trommelvliezen (grapje, mijnheer Ruud) toch altijd weer de rillingen over je lijf bezorgen. Je zou zeggen dat je na 16 jaar hier wel aan gewend raakt, maar nog altijd brengt deze avond de nodige emoties met zich mee. Vooral wanneer de kinderen onder de klanken van “the Lemon Tree”, verzorgd door de Texas Drive In Show, gestoken in nieuwe winterjassen van BasT en met een roos hun gastouders komen bedanken. Welnu, een vent van 1 meter 90 en 125 kg (te zwaar, ik weet het) moet op dat moment toch wel een traantje wegpinken.

En dan zaterdagmorgen, het moment van vertrek. De bus van Connexxion, met drie in onberispelijk pak gestoken fantastische chauffeurs, staat reeds klaar om de lange reis terug te aanvaarden. Opnieuw zijn drie weergaloze weken werkelijk omgevlogen. De kinderen gaan weer naar huis, terug naar hun vader, moeder, broertjes en zusjes. Je bespeurt dat ze nu, ondanks alles, gauw hun familie weer willen zien om ze al hun verhalen te vertellen. Dan komt zo’n dagboek dat ze de afgelopen drie weken keurig hebben bijgehouden, uitermate goed van pas.

Wij gastouders gaan met elkaar nog gezellig onder het genot van een kop koffie bij Jeanette en Wijnand onze ervaringen uitwisselen. En ook die verhalen zijn indrukwekkend.

Wij, ondergetekenden, geven ons weer op voor volgend jaar. En met een beetje goede wil mogen we dan kinderen ontvangen van onze eerste twee kinderen. Zeg maar onze “gast-kleinkinderen”.

Wij verheugen ons er nu al op.

Ans en Wim Gamelkoorn I
Jsselstein, september 2007