|
Tekst en foto: Keesjan Steverink
Voor de twintigste keer organiseert de Stichting
Roemeense Kinderhulp een kindervakantie voor
kansarme kinderen uit Roemenië. De kinderen, uit
Sovata en omgeving, logeren bij gastgezinnen in de
omgeving IJsselstein, Lopik en Oudewater. Ieder jaar
komen nieuwe kinderen naar Nederland en ieder
gastgezin vangt twee kinderen tegelijk op. De
familie Bosch uit Lopik heeft alle jaren meegedaan
als gastgezin en heeft in totaal veertig kinderen te
logeren gehad. Hoe hebben zij dit ervaren?
1. Hoe zijn jullie er bijgekomen om in 1990
gastgezin te worden?
“Via een oproep in de krant. Wij woonden toen in een
noodwoning en waren al vier jaar bezig om het
achterhuis, voormalige koeienstal om te bouwen tot
woonhuis. Het leek ons een goed idee om gastgezin te
worden, want dan hadden we een stok achter de deur
om een einddatum te hebben. We hadden er ook maar
één nacht geslapen, toen de meiden Andrea en Simone
kwamen.”
2. De eerste keer hadden jullie nog geen ervaring
met de opvang van Roemeense kinderen. Hoe ging dat?
“Het waren hele leuke meiden. De huidige kinderen
komen uit Transylvanië en spreken Hongaars, de
eerste kinderen kwamen uit Cisnadie en spraken
Roemeens. We dachten dat we een aantal woordjes
kenden, maar toen we ons best deden, stonden ze ons
met grote ogen aan te kijken. Door de loop der jaren
zijn we er ook wel achter gekomen dat als je het
maar iets anders uitspreekt, dat ze het gewoon niet
verstaan. Met handen en voeten, kom je toch het
verst. De woordenboeken worden maar sporadisch
gebruikt. Grappig was wel dat ze echt niets gewend
waren. Ik weet nog goed dat ze heel verbaast stonden
te kijken toen ik de eerste dag aan het stofzuigen
was. Ze wisten niet wat dat was. We hebben een
boerderij en zij hebben ook geholpen met koeien
melken en het hooi binnenhalen, dat was toch wel erg
leuk. Vooral alleen trekker rijden.”
3. Zijn jullie wel vaker gastgezin geweest,
bijvoorbeeld voor kinderen van een andere
nationaliteit? Zo ja, wat is het verschil met deze
kinderen?
“Wij zijn ook gastgezin voor twee jongetjes uit
Rotterdam geweest. Ze kwamen bij ons omdat ze anders
niet op vakantie konden, maar dat is heel anders. De
Roemeense kinderen hebben het veel harder nodig. Ook
zijn we de laatste zes winters gastouders voor
Bosnische kinderen geweest. De kinderen hadden niet
de oorlog meegemaakt, maar waren wel kinderen van
ouders die getraumatiseerd zijn door de oorlog. Ze
wonen dan ook in kapotgeschoten huizen of in houten
schuurtjes . Dit komt veel overeen met de Roemeense
kinderen. Geen stromend water of elektriciteit.”
4. De eerste keer dat de kindervakantie werd
gehouden was in 1990. Wat zijn de verschillen in de
loop van de jaren?
“Toen ze in 1990 kwamen vonden de kinderen alles
heerlijk, warm water uit de kraan, lekker douchen,
druk op de knop en er is licht en de stofzuiger.
Hier hebben ze een eigen kamer en thuis moeten ze
met de kamer met het hele gezin delen. Die eigen
kamer is favoriet. We hebben wel eens een jaar gehad
ze niet beneden waren te krijgen. Een auto en de
supermarkt, die helemaal vol lag was, is iets wat ze
niet kenden. Later kwam daar ook nog het geld uit de
muur bij. Nu vinden ze zulke dingen ook heel gewoon,
ze laten in ieder geval niet blijken dat ze het niet
kennen.”
5. Hoe reageren jullie eigen kinderen als het
weer zomer wordt?
“Er is nooit bezwaar van hun kant gekomen. In het
begin was alleen de vraag er wat nemen we, jongens
of meisjes? Het is erg leuk omdat het steeds nieuw
is en blijft, doordat je steeds andere kinderen
krijgt. Het ene jaar klikt het beter dan het andere
jaar. De kinderen verwennen blijft altijd leuk. Met
iets eenvoudigs zijn ze al tevreden. Een avondje
Scheveningen met vuurwerk als afsluiting van de
avond, een keertje bowlen of midgetgolf, naar MC
Donald, de dierentuin en spelletjes zoals pesten
zijn al gauw geleerd.”
6. Veel gastgezinnen gaan zelf ook naar Sovata om
de kinderen op te zoeken. Hebben jullie dat ook
gedaan?
Wij zijn nog nooit op vakantie geweest, maar ik zou
graag al die kinderen wel eens terug willen zien om
te kijken wat er van geworden is. Soms krijgen we
een mail van iemand die in 2000 is geweest, die weet
wel wat van de andere kinderen. Het valt niet om
veertig kinderen te blijven schrijven. We kunnen
(konden) ook niet weg doordat we een boerderij met
koeien en slachtkuikens hadden. Nu is de
kuikenschuur omgebouwd voor opslag, want we hebben
een metaalbedrijf ernaast gekregen. Wie weet komt
het er ooit nog eens van.”
7. Wat zou je zeggen tegen gezinnen die twijfelen
of ze ook een keer gastgezin zullen worden?
“Als je de ruimte heb, altijd een keer proberen. Als
je het niet geprobeerd hebt, dan weet je niet wat je
mist. Alleen al die blije snoetjes na een dag of wat
als ze hier zijn, is zoveel waard. Je hoeft niet
heel veel bijzondere dingen te doen maar met veel
aandacht krijg je veel voor terug.”
8. Wil je verder nog iets toevoegen?
“Alleen nog dat Edwin en Karin Mentink er na zoveel
jaren zoiets groots van hebben kunnen maken. Door
hun nooit ophoudende talenten en investeringen. Ga
zo door! Grote bewondering voor hen.”
|