Vele Nederlandse
gezinnen hebben al jarenlang een pakketrelatie met
een gezin in Roemenië. Ook de familie Swank heeft al
tien jaar het plan: ‘ooit gaan we eens naar
Roemenië’. Het bedenken is een, het werkelijk doen is
totaal anders. Na een lange voorbereiding, veel
overleg met ons over de weg en een accommodatie die
geregeld was door het toeristenbureau van Sovata gaan
ze uiteindelijk op weg.
Onze eerste stop op de reis naar Roemenië was in
Hongarije. Boedapest was schitterend, we hebben heel
wat afgesjouwd. Het is er erg duur geworden, ik hoor
in gedachte nog iedereen zeggen dat het zo goedkoop
is daar, maar dat is na de aansluiting dus wel even
veranderd. Een ijscoupe was gewoon 10 euro en Dingeman bestelde een cocktail, lette niet op de
prijs, want die staat nog in HUF’s, en schrok zich
dood toen hij omrekende hoeveel hij moest betalen: 15
Euro.
‘s Maandags vanuit Boedapest vertrokken voor de
oversteek. Na een twaalf uur durende reis hadden we
600 km afgelegd, (wij zijn gewend in 12 uur dan
1200km afgelegd te hebben) het eerste stuk in
Hongarije nog een heel eind omgereden, zodat we dan
wat langer over de (enige) snelweg konden rijden. Na
de grens belandden we direct in de kuilen, en wilde
Dingeman eigenlijk al meteen terug. De auto had het
zwaar, de chauffeur ook. We zigzagden ons een weg
door de bergen middels hachelijke inhaalmanoeuvres
(op eenbaanswegen!), omzeilen van overstekende
herten, omtrekkende bewegingen van paard en wagens,
zoeken naar benzinestations en de juiste
verkeersborden. We zijn in Roemenië!
We kwamen er niet onderuit, om diezelfde avond
bij mijn Roemeense "zus" Aranka aan tafel aan te
schuiven, waar we met halfdichte ogen een viergangen
menu aangeboden kregen (heerlijk klaargemaakt dat
wel, maar of het met halfdichte ogen nu de goede
aandacht kreeg…?). Aranka ken ik inmiddels 13 jaar.
Ze is 10 jaar jonger dan ik en noemt mij haar "zus".
Ze was mijn eerste Roemeense pakketgezin en is al
twee keer in Nederland geweest, op uitnodiging van
andere Nederlanders, omdat zij zo goed Engels spreekt
en dan als tolk fungeert.
Een dag later en inmiddels uitgerust in een
prachtig hotel, hebben we een bezoek gebracht aan het
familiekindertehuis. Werkelijk een paleisje voor deze
kinderen, die door hun ouders op straat of in het
ziekenhuis worden achtergelaten, omdat ze er niet
voor kunnen zorgen. Het is helemaal ingericht door
sponsors. Ikea heeft het interieur op zich genomen,
bouwmateriaal komt van een Nederlands bouwbedrijf, en
nog vele andere sponsors waarvan ik helaas de namen
niet allemaal meer heb onthouden. Daardoor is het
huis op een Hollands standaardniveau gekomen die vele
malen hoger ligt dan het Roemeense niveau. Ze zoeken
nu nog 1000 sponsors die jaarlijks 36 euro willen
doneren, zodat de jaarlijkse onderhoudskosten en de
voeding van de kinderen en families kunnen worden
bekostigd. Een deel van het eten komt uit de eigen
moestuin, waar nu al kassen staan met komkommers en
tomaten. Vis komt uit de beek achter het huis.
Kleding uit IJsselstein.
Daarna brachten we een bezoek aan twee van mijn
pakketgezinnen, met behulp van een Engels sprekend
Hongaars meisje. Het was indrukwekkend om dit mee te
maken. Wat een armoe. De huisjes bestaan uit twee
hele kleine kamertjes, met niets op de vloer. Een
meisje van 5 jaar slaapt gewoon in de kamer, op een
stoel met de zitting eruit en erachter een vierkante
doos of zo. Er lag een lapjesdeken op die ik haar
vorig jaar gestuurd had (door een kennis van Dingemans’ moeder gehaakt).
Het huisje van Aranka was vergelijkbaar. Daar
zaten we op de bedbank in een kamertje van 2 x 3,5
meter. Dat was dus hun grootste kamer, een
woon-slaapkamer. De helft van het huis was speciaal
voor ons bezoek geschilderd en waar geen kleed lag,
was nog gauw nieuwe vloerbedekking gelegd. Daarna was
het geld op, dus de andere kamers kregen we niet te
zien.
Na 5 dagen in deze enerverende toestand te hebben
geleefd, vertrokken we weer naar het westen, via de
kuilen en langs de paard-en-wagens naar Hongarije en
vandaar naar Wenen.
We vinden het nog steeds ontzettend leuk dat we
van de zomer even in Roemenië hebben kunnen kijken.
We hebben nu zoveel beter een idee hoe het er daar
uitziet en hoe de mensen daar leven. Het geeft ons
een extra stimulans om onze ondersteuning van de
families onverminderd voort te zetten (….en wellicht
nemen we er nog een gezin bij….)
Sonja Swank, Reeuwijk